Freed 24 novimber 2017

VVV Museum Nooitgedagt Friesland vakanties Houtzaagmolen de Rat
Drie historische boten
De vaartochten worden gemaakt met een drietal historische boten, namelijk de houten bok (type praam), de molenpraam en de melkschouw. In deze boten waant u zich terug in de tijd. De houten bok is een replica van de boten, zoals die begin negentienhonderd in en rond IJlst voeren. De molenpraam is een robuuste stalen boot, waar vroeger de boeren de koeien en het hooi mee vervoerden van en naar de boerderijen en de koemelkerijen. Met de melkschouw werden de melkbussen vanaf de boerderijen naar de melkfabrieken gebracht, roeiend!
  • De houten bok.
  • De molenpraam.
  • De melkschouw.
De houten bok.
De oorsprong
De voortdurende groei van het aantal deelnemers aan de stadswandeling heeft de vrijwilligers van de stadswandelinggroep IJlst er toe gebracht plannen te ontwikkelen voor de bouw van een houten bok, die perfect past in het thema IJlst Houtstad. IJlst kende namelijk eeuwenlang een achttal scheepswerven en –werfjes, waar houten schepen van diverse types werden gebouwd, o.a. de bok, een houtgebouwd type praam in diverse afmetingen. Mede in relatie tot de scheepsbouw ontstond ca. 250 jaar geleden houthandel v/h wed. W.J. Oppedijk in IJlst, begin twintigste eeuw gevolgd door houthandel S.O. de Vries. Vooral Oppedijk was een grote onderneming, met vestigingen op diverse locaties in IJlst, maar ook in Sneek, Den Haag en in de Amsterdamse Houthaven.

Geschiedenis
Eeuwenlang had IJlst een uiterst gunstige ligging aan het water, daar het transport van mensen, dieren en goederen hoofdzakelijk over het water ging. Dat voordeel veranderde in een nadeel toen het wegverkeer zich steeds verder ontwikkelde en IJlst feitelijk in een isolement kwam te liggen. Eerst in 1965 kreeg IJlst zijn eerste goede wegverbinding naar Sneek. Ondanks het beperkte grondgebied van de toenmalige gemeente IJlst telde het elfstedenstadje van oudsher enkele tientallen boerderijen en koemelkerijen. Deze boeren en koemelkers hadden hun landerijen veelal liggen nabij de Brekken bij Sneek. Als gevolg van de ligging aan het water gingen praktisch alle transporten, zowel van de houthandels als van de boeren, over het water, waarbij in het bijzonder de bok een belangrijke rol vervulde. De houthandels vervoerden hun planken en balken per bok naar timmerlieden en aannemers in de wijde omtrek. Deze timmerlieden en aannemers waren veelal ook aan het water gevestigd. Zij werden niet alleen over het water bevoorraad, maar vervoerden ook zelf hun producten weer met een bok naar de klant. Ook de boeren maakten massaal gebruik van de bok om hun vee in voor- en najaar naar en van de weilanden bij de Brekken te vervoeren. Het hooi werd per bok binnengehaald en de mest werd eveneens per bok naar de landerijen gebracht. De houthandels beschikten veelal over eigen bokken, evenals sommige boeren. Vaak echter werd een bok gehuurd bij een der plaatselijke scheepswerven. Door de opkomst van de staalbouw werden de houten bokken langzamerhand vervangen door stalen pramen en inmiddels is de bok al weer jaren geleden praktisch volledig verdwenen.

Stichting
Een aantal personen, daartoe geruggensteund door de VVV-Wymbrits, de Stichting Houtzaagmolen De Rat en de Stichting Nooitgedagt IJlst, heeft het initiatief genomen om de bok weer terug te halen in IJlst en deze in het stadje te herbouwen. Voor dat doel is de Stichting Houten Bok IJlst opgericht.

De bouw van de bok
Als eerste stap in de realisering van de bok werd archiefonderzoek gepleegd, waarvoor een vakbekwame bouwmeester werd ingeschakeld. Deze maakte op basis van zijn bevindingen een kostenraming. Vervolgens werden diverse mogelijke subsidieverstrekkers benaderd voor de financiering. Toen de financiën rond waren werd voorjaar 2010 op het erf van houtzaagmolen De Rat te IJlst gestart met de bouw van de bok, die als leer/werkproject voor werkloze jongeren werd opgezet. Het benodigde hout werd aangekocht bij en met windkracht gezaagd door houtzaagmolen De Rat. Zomer 2010 kon de kiel van de bok worden gelegd en najaar 2011 werd de bok, na een traditionele doopplechtigheid, te water gelaten om ingaande het seizoen 2012 dienst te gaan doen in de wateren in en rond IJlst.

De molenpraam.
Nadat de houten bok grotendeels was vervangen door de ijzeren praam, werd de praam voor dezelfde doeleinden gebruikt. De houthandels vervoerden het gezaagd hout naar hun afnemers, hoofdzakelijk timmerlieden, die hun gereed product ook weer per praam naar hun opdrachtgevers brachten. Boeren brachten hun koeien per praam over het water naar het weiland, haalden per praam het hooi binnen en voeren de mest naar het land per praam. Ook de gemeente IJlst maakte gebruik van een ijzeren praam om enkele keren per week de tonnetjes uit de húskes om te wisselen. In geval van brand werd ook de brandspuit van de brandweer naar moeilijk over land bereikbare plaatsen vervoerd.

De melkschouw.
IJlst telde in vroeger jaren bijna dertig boerderijen en koemelkerijen. Deze veeteeltbedrijven hadden hun weiland rond IJlst liggen, maar ook bij de Brekken nabij Sneek. Al deze veehouderijbedrijven lagen aan het water, sterker nog, sommige waren slechts over water bereikbaar! De boer ging in voorjaar en zomer roeiend met zijn schouw naar het land om te melken. In de jaren vijftig werden veel schouwen voorzien van een Volvo Penta buitenboordmotor. De melkbussen werden met een grote melkschouw bij de boer opgehaald en naar de melkfabriek gebracht, eerst ook roeiend, later eveneens gemotoriseerd. De melkvaarders voeren voor de melkfabrieken in Nijezijl en Osingahuizen. Was de boer aangesloten bij de Coöperatieve melkfabriek 'De Hem' in Nijezijl, dan werd daar de melk naar toe gebracht. Was de boer aangesloten bij de speculatieve melkfabriek Lankhorst in Osingahuizen, dan werd daar uiteraard naar toe gevaren. Zo voeren in de weideperiode meerdere melkschouwen twee keer per dag door en rond IJlst, ieder met hun eigen route en naar hun eigen melkfabriek. In de winterperiode moest de melk uiteraard ook over het water opgehaald worden. Probleem was alleen dat de vaarten en wijken vroeger vaak dichtgevroren waren. Varen met de schouw was onmogelijk. De melkbussen werden dan met de slee lopend of schaatsend opgehaald. Ook een handkarretje deed vaak dienst als vervoermiddel over het ijs. Maar altijd moest de melk opgehaald worden en, niet te vergeten, het veevoer bezorgd bij de boer. De aanleg van ontsluitingswegen naar de boerderijen betekende het einde van de melkvaart. In het vervolg konden de bussen met tractor en wagen en weer later met de vrachtwagen opgehaald worden. Waan u terug in de tijd als u met de melkschouw, gezeten op een melkbus, over de IJlster wateren vaart.